voor niks

Als ik dit nou zou typen met de tekstkleur op wit. Wit op wit. Was het dan voor niks? Ik schreef dan wel, maar er was niets te lezen. Wel mijn gedachten geordend, wel wat gemijmerd, wel even stilgestaan bij. Maar niks vastgelegd.

Song Dong schreef jeugdherinneringen met water op papier. Stapels. Toen hij als klein chinees jongetje karakters leerde schrijven, schreef hij ook met water om inkt te besparen. Dat proced√© was voor hem dus niet zo vreemd, maar je zou verwachten dat jeugdherinneringen wel een paar potjes inkt waard zijn. Bewaard. Vastgelegd. Ik heb net het fotoboek over het eerste jaar van zoon 2 af, een traditie van moeder op dochter: het babyboek. Iets om vast te houden en terug te kunnen kijken. Maar bij Dong cirkelt al zijn werk juist rondom de onmogelijkheid daarvan: het onvermogen om vast te grijpen en te houden, de vluchtigheid van dingen.¬†Hij doet performances waar later alleen nog een foto van bestaat, maar het moment zelf is dan al weg. Het moment dat hij water aan het bakken is, of met zijn adem een laagje ijs maakt op het Plein van de Hemelse Vrede. Alleen nog video’s aan de wand van het Groninger Museum. Een groot deel van de tentoonstelling van Song is gewijd aan zijn ouders. Zijn vader, die tijdens Song’s jeugd jaren in een heropvoedingskamp doorbracht, en waar hij maar moeilijk contact mee maakte, komt in een aantal kunstwerken naar voren. Pogingen van Song om hem dichterbij te halen, aan te raken en uiteindelijk los te laten. Zo niet Song’s moeder. Toen Song’s vader overleed wilde ze vasthouden, bewaren. En met die drift neemt zij een hele bovenverdieping van het Groninger Museum in beslag. Met zijn kleren, maar ook die van anderen. Lege waspoederdozen, gekleurde elastiekjes, knuffels, stukken hout, wasteilen, schoenen, vogelkooien en nog 1000 dingen. Ze was er niet toe te bewegen wat weg te gooien tot haar zoon haar aanstelde als curator en haar vroeg een installatie te mogen maken. Toen mochten de spullen de deur uit, sterker nog, moeder achtte het bij dezen bewezen dat het inderdaad een heel goed idee was geweest alles te bewaren! En zo documenteerde Song met een enorme berg spullen de enorme leegte die overblijft als iemand echt niet meer terugkomt.

Een prachtige tentoonstelling. Zelf mocht ik ook even met water op een steen schrijven. Tien minuten later was het weg. En ooit ben ik weg inclusief al mijn bewaarde foto’s, leuke facebookberichten en deze post. Song Dong levert een stevige tegenhanger van onze voortdurende bewijsdrang en behoefte om te profileren. ‘Wuwei’ las ik, ‘niet doen’. Niet niets doen, maar bewust meegaan in de loop der dingen. Ik dacht aan de prachtige ‘memo aan mijn generatie’ van Hannah de Meijer. Hier een klein stukje:

‘En als wij geen dingen meer doen om te laten zien dat we dingen doen, dat we bestaan, dat we onmisbaar zijn, rotten wij dan werkelijk liggend weg? Zullen wij dan werkelijk niks meer schrijven? Nooit meer iets zeggen? Nooit meer ineens opstaan, om als vanouds iets nieuws te maken?

Laat ons niet werken om te bewijzen dat wij theatermaker zijn, of schrijver, of kunstenaar, of beeldhouwer, of bakker. Laat ons leven, en soms theater maken of iets schrijven of iets kappen in steen.’

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *